09/01/2025
De Sint-Stefanuskerk in Hoeselt heeft al een lange en rijke geschiedenis doorgemaakt, met verschillende bouwfasen en aanpassingen.
De kerk is vernoemd naar Stefanus, traditioneel vereerd als de protomartelaar (eerste martelaar) van het christendom. Hij leefde rond 5-34 na Christus. Stefanus was een diaken tijdens de vroege kerk in Jeruzalem en werd hij door zijn prediking beschuldigd van godslastering. Tijdens zijn proces bekritiseerde hij de Joodse autoriteiten, waarna hij met stenen werd gedood. Saulus van Tarsus (later de apostel Paulus) was getuige van zijn executie. Stefanus wordt geëerd als een heilige in diverse christelijke tradities en wordt vaak afgebeeld met een kroon (symboliserend zijn martelaarschap), stenen en een palmtak. Hij wordt ook in de kerk afgebeeld.
De oudste sporen van een kerk in Hoeselt dateren uit de 7de eeuw, voordat Hoeselt een onafhankelijke parochie werd in de 8e eeuw. Restanten van een vroeg-romaans kerkje uit de 10e eeuw werden ontdekt in 1931. Dit kerkje was gebouwd met afbraakmateriaal, mogelijk van de Romeinse verdedigingsmuur rond Tongeren. In de 13de eeuw, een periode van economische en godsdienstige bloei, werd een nieuwe gotische kerk gebouwd. Van het oudere romaanse kerkje bleef alleen het achterste gedeelte van het middenschip over, dat als basis diende voor de nieuwe kerktoren.
In de 17e eeuw werd Hoeselt zwaar getroffen door de gevolgen van voortdurende oorlogen, met plunderende en terreur zaaiende legers zoals de "Lorreinen" van hertog Karel IV van Lotharingen. Karel, die na de Vrede van Westfalen in 1648 teleurgesteld was over zijn gemiste aanspraken, trok al plunderend en brandstichtend door de regio, totdat hij in 1654 door de landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden werd gevangengenomen. In Hoeselt roofden zijn troepen de kelk van het hoofdaltaar en richtten grote schade aan de kerk aan, waarna de milities van het Duitse dorp Mansfeld het altaar ontwijdden, waardoor diensten op een draagbare steen moesten worden gehouden. De herstellingen aan het zwaar beschadigde kerkgebouw kostten het kapittel van Hoei meer dan 200 gulden, terwijl de inwoners te midden van deze chaos vaak hun toevlucht zochten in de overvolle kerk.
De gotische kerk had was in de 17e en 18e eeuw in verval geraakt. Opeenvolgende oorlogen, plunderingen en gebrekkig onderhoud hadden hun tol geëist. In de loop der eeuwen had de kerk van Hoeselt dus verschillende gedaantes aangenomen. Tegen het einde van de 18e eeuw was de kerk echter in slechte staat en te klein geworden voor de groeiende parochie. Als gevolg maakte de gotische kerk in de 18de eeuw verschillende renovaties door.
Tijdens een visitatie in 1763 merkte aartsdiaken Franz Karl de Velbruck de slechte staat van de kerk op. De gescheurde muren, de kapotte vloer de kleinschaligheid van het gebouw. De aartsdiaken beval de afbraak van de oude kerk en de bouw van een nieuwe. De onderhandelingen tussen het kapittel van Hoei (de grote tiendheffer) en de gemeente Hoeselt over de bouw van de nieuwe kerk duurden meer dan twee jaar. Uiteindelijk werd er in 1766 een overeenkomst getekend. De bouw van de nieuwe kerk begon in juli 1766. Tijdens de bouw waren er conflicten tussen de aannemers en de gemeente over de kwaliteit van het werk en de naleving van de plannen. De nieuwe kerk was grotendeels klaar in het najaar van 1768 en werd toen in gebruik genomen. De plechtige inwijding vond plaats op 18 mei 1770. De kerk werd gewijd ter ere van Sint-Stefanus.
De Franse Revolutie had een grote impact op de Sint-Stefanuskerk in Hoeselt. De ideeën over mens en maatschappij, die haaks stonden op de traditionele structuren van kerk en staat. De afschaffing van het tienden systeem beroofde de kerk van haar belangrijkste inkomsten, terwijl ook opbrengsten uit gronden en stichtingen verdwenen, waardoor de kerk in zware financiële moeilijkheden kwam. De revolutionaire wetgeving verbood alle uiterlijke tekenen van religie, waaronder processies en het kruis op de kerktoren. Klokken mochten alleen nog geluid worden om de tijd aan te geven of om republikeinse feesten aan te kondigen. In 1797 weigerde pastoor Willem Natalis Weijns de eed van trouw aan de Franse Republiek af te leggen, wat leidde tot de sluiting van de kerk voor meerdere jaren. De Fransen gebruikten het gebouw soms als lazaret of als kampplaats voor hun troepen. De Hoeselaren hadden voorzorgsmaatregelen genomen en kostbaarheden uit de kerk in een schuur verstopt. Helaas verwoestte een brand in 1799 de schuur, waarbij de kerkschatten verloren gingen. In 1799 roofden de Fransen twee van de vier klokken uit de kerktoren, waarbij de klokkenstoel zwaar beschadigd raakte. Napoleon was niet iets milder, de kerk werd in 1800 heropend. Pastoor Boonen herstelde de kerk geleidelijk, maar de gevolgen van de revolutie bleven langdurig merkbaar.
De Sint-Stefanuskerk in Hoeselt onderging twee belangrijke vergrotingen in 1896 en 1931-32. De kerkvergroting van 1896 was noodzakelijk geworden vanwege de sterke bevolkingsgroei in de decennia na de bouw van de kerk in 1766. De bevolking van Hoeselt was met ongeveer 60% toegenomen tussen 1763 en 1893, waardoor de kerk te klein was geworden voor de groeiende parochie. De kerk werd met ruim een derde verlengd.
De kerkvergroting van 1931-1932 was wederom een gevolg van de aanhoudende bevolkingsgroei. De bevolking was in de 25 jaar na de vorige vergroting opnieuw met 60% toegenomen, waardoor de kerk opnieuw te klein was. De tewerkgestelde architect kreeg de opdracht om de kerk te vergroten met twee zijbeuken. De plannen stuitten echter op weerstand van de Commissie voor Monumenten, die de zijmuren te zwak vond om de zijbeuken te dragen. Uiteindelijk werd er een compromis bereikt waarbij de bestaande zijmuren behouden bleven en er openingen werden gemaakt om toegang te geven tot de nieuwe zijbeuken. Op 10 december 1931 vond een tragisch arbeidsongeval plaats tijdens de bouw van een sierlijk boogvormig gewelf in de kerk. Een deel van het nieuwe gewelf stortte in, beschadigde de eiken banken van adellijke families en kostte een arbeider het leven. Dit leidde tot een maand vertraging in de werken en een drie jaar durend proces, waarin alle betrokkenen uiteindelijk werden vrijgesproken. De vernieuwde kerk werd plechtig ingewijd op 8 juli 1932 door bisschop Kerkhofs van Luik. Sindsdien zijn er geen merkwaardige veranderingen meer gebeurd.
Op 5 juli 1921 werd in Hoeselt langs de kerk het herdenkingsmonument voor de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog onthuld. Het monument eert de 118 dorpsbewoners die deelnamen aan de oorlog, waarvan er 109 terugkeerden. Centraal staat een gevleugelde vrouwelijke figuur, geïnspireerd door de Griekse godin Nikè, die triomfantelijk een overwinningskrans naar de hemel heft.
Deze post kwam vooral tot stand dankzij het boek De geschiedenis van de Sint-Stefanuskerk te Hoeselt van P. Thoelen. Het werd uitgegeven in 2008 door Kerkfabriek Sint-Stefanus te Hoeselt. Het is een interessant boek dat zeker waard is om te lezen.