31/12/2024
Mooie recensie over 'CAPS-CODA' van goede vriend en cultuurveelvraat Joe Oostvogels:
“Coda” is niet zo ambitieus als het zeer geslaagde, haast museale “’Ensor en sortie” dat zowel in Oostende als in Antwerpen eerder dit jaar te zien was, maar dit staartje krult evengoed als dat van het meest frivole varken en bestaat uit een 25-tal, op één uitzondering na, Belgische kunstenaars die PP apprecieert en meer dan eens voor het voetlicht heeft geplaatst. Daar hoort uiteraard Koen Fillet, altijd op snee, bij, maar die hebben we onlangs nog in Mechelen in het zonnetje gezet. Vandaag aandacht voor het puikje van de anderen, te beginnen met Tom Liekens (foto 2), die in de zomer in de Warande (Turnhout) nog de verdienstelijke expo “Hybride” organiseerde en zelf een meer dan verdienstelijk houtsnijder is – minstens zo goed, en minder astrant, als de veel bekendere Rinus Van De Velde, wat ons betreft. In Liekens’ overvolle kamer staan zowaar nog meer objecten dan in die van baron James, hoe curieus is dat.
Het broeierig tweespan “Indian summer” van Yves Beaumont (foto 3) bevalt ons ook, en foto 4 toont overtuigend aan wat een bekwaam curator/presentator PP wel is: beide doeken hebben niets met mekaar te maken (het linkse doekje is van George De Decker, het rechtse van de jonge Camille Truyffaut) en de techniek is helemaal verschillend, maar beide blauwige werkjes passen niettemin prima bij elkaar. Als je PP heet, hang je niet zomaar iets aan een muur.
Moeten we iemand hier een Gouden Palm uitreiken? Dan Lisa Wilkens, geboren in Berlijn maar o.a. een studente van het HISK in Gent. Je kan het op foto 5 niet zien, en als je ervoor staat al evenmin, maar deze ogenschijnlijke foto is in werkelijkheid een tekening opgetrokken met Chinese inkt. Ze past als klein inkijkje op een grote papieren ondergrond – het grove, makkelijk vergelende, minderwaardige papier van wijlen de DDR, dat Wilkens kent omdat haar ouders marxisten waren die Oost-Duitsland zeer toegenegen waren. Zelf is ze ook militant genoeg – we namen intussen de moeite een interview met haar te lezen op www.thefourdrinier.com waarin ze o.a. een universeel jaarinkomen voor iedereen verdedigt (nu ja, dat doet Roland Duchâtelet ook al lang, en recent de Gentse professor economie Koen Schoors ook) – maar dit is een intrigerend plaatje waar je heel lang kan op staren. Handen en armen als verbinding? Of wordt hier een portefeuille uit iemands binnenzak ontvreemd? Had gerust van Borremans kunnen zijn, zo bevreemdend is dit kunstwerkje. Wilkens verdient een eigen expo, al was ze al aanwezig op een tentoonstelling van kunstpaus Charles Saatchi in diens Londense galerie.
Stefan Serneels, die vinden we altijd goed (foto 6). Lang kan Serneels niet aan deze vlotte tekening bezig zijn geweest (ze werd intussen verkocht voor 1300 euro, lijkt ons niet overdreven), probeer het echter zelf maar eens (nee Cy Twombly, jij mag niet meedoen).
Chris Vanderschaeghe doet iets aardigs met een meisjesportret (foto 7) en Tom Woestenborghs (foto 8) krijgt onze prijs voor moed en volharding, zijn vrouw in bikini werd opgebouwd met duizenden stukjes kleeflijm, zelfs een middeleeuwse kloosterling zou niet aan deze monnikenarbeid begonnen zijn.
PP, die ons natuurlijk een privérondgang offreert, naast een glaasje wijn, wijst ons vervolgens op Laurence Durieu, een late roeping in het hyperrealistische genre (foto 9), en wij zijn ook zeer te spreken over de begaafde tekenaar Stijn Bastianen, die bovendien, blijkens zijn afgebeelde things to do-lijstje op foto 10, beschikt over meer dan een beetje humor, wat altijd een pre is, ook in de Schone Kunsten (stalk Jesus with new binoculars?).
Een heel goede Coda van een gedreven galerist dus.
Joe Oostvogels, 27 dec 2024.
the Fourdrinier is a new online contemporary art magazine focusing on artists who work with paper.