26/09/2026
Josef Dawid Blitz was één van de 1.742 Joden die op 26 september 1942 op het elfde transport zaten. Toen hij in 1945 terugkeerde naar Antwerpen, was hij als enige lid van zijn gezin nog in leven. Dit is zijn verhaal.
Josef Dawid Blitz werd geboren op 2 december 1925 in Nowy Sącz (Polen). In mei 1929 emigreerde het gezin Blitz, bestaande uit vader Chaskiel Feiwel, moeder Frimeta, dochter Lieba en Josef vanuit Polen naar België in de hoop op een betere toekomst. Ze vestigden zich in Antwerpen, waar in 1931 ook Josefs jongere zus Debora geboren werd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het gezin het slachtoffer van de Jodenvervolging. Bij de vierde grote anti-Joodse razzia in Antwerpen, op 24 september 1942, werden de zestienjarige Josef, zijn moeder Frimeta en zijn zussen Lieba en Debora opgepakt en naar de Dossinkazerne in Mechelen gebracht. Op 26 september 1942 werden zij met Transport XI gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau.
Bij aankomst werd Josef gescheiden van zijn familie; hij werd geselecteerd voor dwangarbeid en kreeg het gevangennummer 66200 op zijn linkerarm getatoeëerd. Twee jaar lang moest Josef onder bijzonder zware omstandigheden overleven in het concentratiekamp. Aan het einde van de oorlog werd het kamp geëvacueerd en moest Josef deelnemen aan de dodenmars naar het buitenkamp Rajsko. Nadat het Rode leger in januari 1945 Auschwitz-Birkenau kon bevrijden ging Josef aan het werk als verpleger om zieke voormalige kampgevangenen te verzorgen. Op 13 juli 1945 werd de 19-jarige Josef uiteindelijk gerepatrieerd naar België.
Bij thuiskomst werd hij geconfronteerd met de harde realiteit: de rest van zijn familie was vermoord. Zijn vader Chaskiel Feiwel, die in de zomer van 1942 al naar Noord-Frankrijk was gebracht voor dwangarbeid, wist na deportatie met Transport XVII te ontsnappen, maar werd uiteindelijk via Transport XX alsnog de dood ingejaagd. Josef werd bij zijn terugkeer initieel ondergebracht in een Joods weeshuis.
In het najaar van 1945 ontving Josef een telegram met daarin de boodschap: "Recu la nouvelle que ta soeur a Bergen Belsen". Josef probeerde daarop naar Duitsland te reizen in de hoop dat hij een van zijn zussen daar terug zou vinden. Hij beschikte echter niet over de juiste reispapieren en dus werd hij bij zijn grensoversteek tegengehouden. Hij belandde in de gevangenis en vervolgens in het interneringscentrum van Merksplas. In een aangrijpende brief aan de Vreemdelingenpolitie smeekte Josef om zijn vrijlating en legde hij uit dat hij slechts op zoek was naar zijn zus. Hij verwees in de brief ook naar het nummer dat op zijn arm was getatoeëerd en schreef dat hij, na jarenlang onder het ‘Duitse juk’ te hebben geleden in de kampen, nu door de Belgische autoriteiten werd opgesloten tussen de voormalige collaborateurs en Duitsers.
Na zijn vrijlating trok Josef opnieuw naar Antwerpen, waar hij werk vond als diamantbewerker. In 1951 trouwde hij met Anna Michrowski, een Antwerps-Joodse naaister. Het koppel kreeg samen één zoon: Charles Herbert. Josef Dawid Blitz overleed op 29 maart 2010 op 84-jarige leeftijd.