Kazerne Dossin

Kazerne Dossin Kazerne Dossin is een Memoriaal, Museum en Onderzoekscentrum over Holocaust en Mensenrechten. Kazerne Dossin. Opening 1 december 2012

Kazerne Dossin.

Memoriaal, Museum en Documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten. Mémorial, Musée et centre de documentation sur l'Holocauste et les Droits de l'Homme. Ouverture le 1re decembre 2012

Kazerne Dossin. Memorial, Museum and Documentation Centre on Holocaust and Human Rights. Opens Dec. 1, 2012

Kazerne Dossin. Gedenkstätte, Museum und Dokumentatsionzentrum Holocaust und Mensenrechte. Öffnet

seine Türen 1 Dezember 2012

De Mechelse Kazerne Dossin is een unieke plaats van herinnering. Tussen 1942 en 1944 richtten de nazi’s hier hun 'SS Sammellager Mecheln' in. Meer dan 25.000 joden en 350 zigeuners werden er op treinen richting Auschwitz–Birkenau gezet. Voor hen was het verzamelkamp letterlijk een wachtkamer van de dood. Vandaag verrijst er op de Dossin-site een nieuw museum, een uniek ontwerp van de hand van toparchitect Bob Van Reeth. Museum, Memoriaal en Documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten laat de bezoeker stilstaan bij de geschiedenis van de Holocaust, die deels werd voorbereid in ons eigen land. 21 000 gedeporteerden krijgen een gezicht. Het historische verhaal van racistische vervolging wordt verbonden aan de bredere invalshoek van mensenrechten. Naast vragen over mensenrechtenproblematieken uit heden en verleden, weerklinkt ook de boodschap van hoop, zowel in de permanente als in de tijdelijke tentoonstellingen.

Transport IV verliet de Dossinkazerne op 18 augustus 1942. Geen enkele van de 1.000 gedeporteerden overleefde de kampen....
18/08/2026

Transport IV verliet de Dossinkazerne op 18 augustus 1942. Geen enkele van de 1.000 gedeporteerden overleefde de kampen. Aan boord zat ook de 13-jarige Majer ‘Max’ Igielnik. Dit is zijn verhaal.

Majer Igielnik werd geboren op 12 maart 1929 in de Poolse stad Chmielnik. Hij was de jongste zoon in het gezin van kleermaker Chaim Igielnik en Ruchla Schwarz. Kort na Majers geboorte vertrok zijn vader naar België. De rest van het gezin volgde in oktober 1930 en vestigde zich in Brussel.

Het gezin had het niet makkelijk omdat de gezondheid van moeder Ruchla zienderogen achteruit ging. Op 20 oktober 1937 stierf ze na meerdere ziekenhuisopnames. Majer was op dat moment 8 jaar oud en werd samen met zijn drie broers en zus voortaan alleen door zijn vader opgevoed. Enkele jaren later werd hun leven verder bemoeilijkt toen het Duitse leger België binnenviel en het gezin niet langer veilig was, gewoon omdat ze Joods waren.

In augustus 1942 liep Majer over straat in Brussel toen hij plotseling werd opgepakt. De 13-jarige jongen werd na een korte opsluiting in de gevangenis van Sint-Gillis naar de Dossinkazerne gebracht. Op 16 augustus 1942 schreef hij een briefkaart aan zijn vader en oudere broers en zus, waarin hij vroeg of ze hem een pakket met kleding, eten en een tandenborstel konden opsturen. Hij zei dat zijn vader zich geen zorgen hoefde te maken en dat hij zichzelf wel kon redden. Twee dagen nadat hij zijn brief verstuurde, werd Majer op Transport IV naar Auschwitz-Birkenau gezet. Als jonge tiener, zonder enig familielid om op terug te vallen, kwam hij op het transport terecht. Hij werd bij aankomst vermoedelijk meteen naar de gaskamer gebracht.

In de zomer van 1942 begonnen de nazi’s met het deporteren van Joden naar concentratie- en vernietigingscentra. Transpor...
16/08/2026

In de zomer van 1942 begonnen de nazi’s met het deporteren van Joden naar concentratie- en vernietigingscentra. Transporten met om en bij de 1.000 mensen vertrokken vanuit Mechelen naar Auschwitz-Birkenau. Toen niet voldoende mensen kwamen opdagen nadat ze waren opgeroepen tot arbeid, werd een andere tactiek toegepast. In Antwerpen, een stad met een grote Joodse populatie, werd in de nacht van 15 op 16 augustus 1942 een eerste razzia georganiseerd. Hermin Lefkovicova en haar dochters Katarina en Edit werden tijdens die razzia opgepakt. Dit is hun verhaal.

Hermin Lefkovicova was getrouwd met Salomon Moskovic. Samen kregen ze twee dochters: Edit (1929) en Katarina (1935). In 1937 kwam het gezin naar België en vestigde het zich in Antwerpen. Salomon opende een kruidenierszaak en kon zo voor zijn gezin zorgen. Het leven van het gezin veranderde ingrijpend toen de nazi’s op 10 mei 1940 België binnenvielen. Ze moesten zich houden aan steeds strenger wordende anti-Joodse verordeningen.

Salomon werd in de zomer van 1942 als eerste lid van het gezin opgeëist door de bezetter. Hij moest in Noord-Frankrijk loodzware dwangarbeid verrichten bij de bouw van de Atlantikwall voor Organisation Todt. Hij was dus niet aanwezig in de gezinswoning toen de nazi’s er in de nacht van 15 op 16 augustus 1942 binnenvielen. Hermin en haar dochters werden gearresteerd en naar de Mechelse Dossinkazerne gebracht. Een week later, op 25 augustus 1942, werden ze gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Daar verdwijnt elk spoor van het drietal. Vermoedelijk zijn moeder en dochters meteen naar de gaskamers gebracht. Ook Salomon kwam later in Auschwitz terecht en overleefde de oorlog evenmin.

Op 15 augustus 1942 vertrok het derde transport vanuit de Dossinkazerne naar Auschwitz-Birkenau. Aan boord zaten ook Jen...
15/08/2026

Op 15 augustus 1942 vertrok het derde transport vanuit de Dossinkazerne naar Auschwitz-Birkenau. Aan boord zaten ook Jenny en Tania Sapiro. De twee jonge zusjes keerden niet levend terug. Dit is hun verhaal.

Jenny (1932) en Adolphine ‘Tania’ Sapiro (1933) groeiden als twee Joodse zusjes op in Antwerpen. Hun ouders, Michael Sapiro en Lena Menakier, runden samen met tante Dunia een apotheek aan de Plantin en Moretuslei. Omdat hun ouders lange dagen maakten, brachten de zusjes veel tijd door met hun neefje Maurice (1932). De drie kinderen waren onafscheidelijk en zagen elkaar als broer en zussen.

In de nacht van 13 op 14 augustus 1942 vielen de nazi’s het appartement van de familie Sapiro in Antwerpen binnen. Michael, Lena en hun dochters werden gearresteerd. Maurice ontkwam ternauwernood: hij zou die nacht bij zijn nichtjes logeren, maar had de dag ervoor een scène geschopt en was naar een vaste oppas gebracht. De 10-jarige Jenny en de 8-jarige Tania werden samen met hun ouders naar de Dossinkazerne gebracht. Ze bleven er slechts één dag en werden op 15 augustus 1942 op Transport III gezet. Daarmee werden ze naar Auschwitz-Birkenau gebracht waar ze alle vier vermoord werden.

Hun neefje Maurice kon onderduiken met hulp van het Joods Verdedigingscomité en overleefde de oorlog. Hij zou zich voor de rest van zijn leven schuldig voelen dat hij zijn nichtjes niet had overtuigd om mee naar de oppas te gaan die nacht.

De eerste transporten die vertrokken vanuit de Dossinkazerne volgden elkaar in snel tempo op. Op 11 augustus vertrok Tra...
11/08/2026

De eerste transporten die vertrokken vanuit de Dossinkazerne volgden elkaar in snel tempo op. Op 11 augustus vertrok Transport II naar Auschwitz-Birkenau. Onder de gedeporteerden waren ook Gerszen Fligelman en zijn gezin. Dit is hun verhaal.

Gerszen was een Poolse kapper. Hij was getrouwd met Szerja Zentkowski, met wie hij twee zonen kreeg. Het gezin woonde in Polen tot Gerszen in 1930 naar België emigreerde. Een jaar later voegden Szerja en hun zonen, Abraham en Samuel, zich bij hem in Charleroi. Tijdens de bezetting van België moest het gezin zich houden aan de anti-Joodse verordeningen waardoor hun leven steeds meer aan banden werd gelegd.

In de zomer van 1942 werden Gerszen en zijn oudste zoon, Abraham, met een Arbeidseinsatzbefehl opgeroepen tot dwangarbeid. Ze moesten zich aanmelden in de Mechelse Dossinkazerne. Szerja en de pas 13-jarige Samuel waren niet opgeroepen maar gingen toch samen met hun gezinsleden naar de kazerne. Daar werden alle vier geregistreerd op de deportatielijst van Transport II geregistreerd. De keuze om het gezin bij elkaar te houden, bezegelde ook hun lot.

Op 11 augustus 1942 werd het voltallige gezin gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Szerja en de zonen werden vermoedelijk meteen bij aankomst vermoord. Gerszen werd geselecteerd voor dwangarbeid, maar bezweek een maand later onder de extreem zware omstandigheden, als laatste van het gezin.

Boekvoorstelling/ Présentation des livres : L’envol de la mémoire & La bonbonnière des WagowskiJe kan je vanaf nu inschr...
09/08/2026

Boekvoorstelling/ Présentation des livres : L’envol de la mémoire & La bonbonnière des Wagowski

Je kan je vanaf nu inschrijven voor een unieke, dubbele boekvoorstelling van Kazerne Dossin i.s.m. CCLJ. De boekvoorstelling wordt gemodereerd door dr. Laurence Schram, historica en onderzoeker bij Kazerne Dossin.

---

Vous pouvez dès à présent vous inscrire à une double présentation de livres unique organisée par Kazerne Dossin en collaboration avec le CCLJ. La rencontre sera animée par Dr. Laurence Schram, historienne et chercheuse à Kazerne Dossin.

Dans L’envol de la mémoire, Myriam Spira livre un témoignage intime et bouleversant sur l’héritage laissé par ses parents, tous deux rescapés des camps n***s.

Avec La bonbonnière des Wagowski, Coralie Vankerkhoven raconte l'histoire de Wolf Wagowski et Johanna Goldberg, un couple juif déporté depuis Malines vers Auschwitz en 1943.

🔗https://cclj.be/memoire-et-transmission-de-la-shoah/

Ontdek het verhaal van Malvine Löwenwirth tijdens een interactieve tablet-tour. Tijdens het weekend kan je de permanente...
05/08/2026

Ontdek het verhaal van Malvine Löwenwirth tijdens een interactieve tablet-tour.

Tijdens het weekend kan je de permanente tentoonstelling van Kazerne Dossin op een unieke manier ontdekken. Aan de hand van video’s, doe-opdrachten en geluidsfragmenten leer je Malvine kennen. Haar verhaal neemt je mee langs historische gebeurtenissen en je leert op een laagdrempelige m’nier over de Holocaust.

Boek je tickets via de website: https://kazernedossin.eu/aanbod-item/ipad-tour-een-leven-beleven/

Op 4 augustus 1942 vertrok het eerste transport vanuit de pas geopende Dossinkazerne. 999 mensen werden op Transport I n...
04/08/2026

Op 4 augustus 1942 vertrok het eerste transport vanuit de pas geopende Dossinkazerne. 999 mensen werden op Transport I naar Auschwitz-Birkenau gebracht. Slechts 9 van hen waren na de oorlog nog in leven. Een van de gedeporteerden was de 17-jarige Willi Storosum. Dit is zijn verhaal.

Willi werd op 19 juli 1925 geboren als tweede zoon van Godel Storosum en Natla Kriegstein. Zijn ouders,beiden afkomstig uit Polen, verhuisden voor Willi’s geboorte naar Keulen. Daar groeide Willi op samen met zijn oudere broer Heinz (Chaim) en zijn jongere zus Martha. In 1938 veranderde het leven van het gezin drastisch toen ze statenloos werden verklaard. Toen ze in juli 1939 Duitsland moesten ontvluchten, werd Willi samen met zijn broer en zus via een Kindertransport naar Brussel gebracht. Zijn ouders en grootmoeder vluchtten vlak daarna ook naar België.

Willi vestigde zich met zijn ouders en grootmoeder in Anderlecht, maar Chaim en Martha verbleven vermoedelijk in een opvanghuis. Na de inval van het Duitse leger in België op 10 mei 1940 raakte het gezin definitief gescheiden. Het opvanghuis waar Chaim en Martha verbleven werd naar Frankrijk geëvacueerd. Willi, die in Brussel als leerling-bontwerker aan de slag was, bleef achter bij zijn ouders en grootmoeder.

In de zomer van 1942 ontving Willi een tewerkstellingsbevel (Arbeitseinsatzbefehl). Hij gaf hier gehoor aan en meldde zich in de Dossinkazerne. Op 4 augustus 1942 werd hij met het allereerste transport gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Bij aankomst op 6 augustus 1942 werd de net zeventienjarige Willi geselecteerd voor de dwangarbeid. Minder dan twee maanden later, op 1 oktober 1942, bezweek Willi in het kamp.

Willi’s ouders werden later ook gedeporteerd, zijn moeder met Transport XI en zijn vader met Transport XVII. Ze kwamen beiden om het leven. Chaim en Martha overleefden als enige gezinsleden de oorlog.

Transport XXVI vertrok op 31 juli 1944 vanuit de Mechelse Dossinkazerne naar Auschwitz-Birkenau. Het zou het laatste tra...
31/07/2026

Transport XXVI vertrok op 31 juli 1944 vanuit de Mechelse Dossinkazerne naar Auschwitz-Birkenau. Het zou het laatste transport worden dat Joden naar concentratiekampen bracht. Fernande Krol zat samen met haar ouders en zus op het transport. Dit is haar verhaal.

Fernande Krol werd op 31 oktober 1928 geboren in Etterbeek. Ze was de derde dochter in het gezin van Abe Krol en Ryfka Goldschmidt. Zij waren na de geboorte van Sara Necha en Anna vanuit Polen naar België verhuisd.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog moesten Fernande en haar gezin zich houden aan steeds strenger wordende anti-Joodse verordeningen. Ze lieten zich registreren in het gemeentelijk Jodenregister en werden lid van de Belgische Jodenvereniging. Kort na Fernandes 15e verjaardag dook het gezin onder in Etterbeek. Fernande kreeg een valse identiteitskaart op naam van Fernande Van Hout. Na meerdere schuiladressen, waaronder een geheime zolder in Etterbeek en een schuiladres in Terhulpen, werd het gezin op 27 mei 1944 na verraad gearresteerd en naar de Dossinkazerne gebracht.

In de Dossinkazerne werd de familie opgesplitst. Oudste zus Sara mocht in Mechelen blijven omdat haar echtgenoot er als kampkleermaker werkte. Fernande, Anna en hun ouders werden op 31 juli 1944 gedeporteerd met Transport XXVI. Abe en Ryfka werden bij aankomst vermoord. Fernande en Anna werden geselecteerd voor dwangarbeid en kregen respectievelijk de nummers A24084 en A24085 op hun arm getatoeëerd. Via Bergen-Belsen kwamen de zussen in januari 1945 terecht in het Buchenwald-buitenkamp Aschersleben. Hier moesten ze onder barre omstandigheden loodzware dwangarbeid verrichten in een fabriek voor Junkers-gevechtsvliegtuigen. Toen het kamp halverwege april 1945 werd geëvacueerd, werden de zussen uiteindelijk door het Amerikaanse leger bevrijd. Na hun bevrijding keerden Fernande en Anna op 22 mei 1945 terug naar België, waar ze herenigd werden met hun oudste zus.

Op 31 juli 1943 vertrok Transport XXI vanuit de Dossinkazerne naar Auschwitz-Birkenau. Op dat transport zaten ook Rudolf...
31/07/2026

Op 31 juli 1943 vertrok Transport XXI vanuit de Dossinkazerne naar Auschwitz-Birkenau. Op dat transport zaten ook Rudolf Wenger, zijn vrouw Walli Gyngold en hun vier maanden oude zoontje. Dit is hun verhaal.

Rudolf Wenger werd geboren in Wenen op 17 november 1914. In 1938 ontvluchtte hij Oostenrijk en trok hij naar België, waar hij Walli Gyngold leerde kennen. Het gezin van Walli was in de jaren 1920 vanuit Duitsland naar België geëmigreerd. Het koppel trouwde op 1 augustus 1942, waarna ze samen introkken bij Walli’s ouders in Schaarbeek. Walli was op dat moment drie maanden zwanger.

Rudolf en Walli werden allebei opgepakt op 15 november 1942 en naar de Mechelse Dossinkazerne gebracht. Rudolfs naam werd toegevoegd aan de transportlijst van Transport XVIII dat op 15 januari 1943 naar Auschwitz-Birkenau vertrok. Rudolf slaagde er echter in om uit de rijdende trein te ontsnappen en vluchtte weg. Hij werd enkele weken later echter opnieuw gearresteerd en wederom naar de Dossinkazerne gebracht. Walli bevond zich op dat moment in het Onze-Lieve-Vrouwegasthuis in Mechelen, waar ze op 14 maart 1943 beviel van hun zoontje Karl Pierre. Pas toen moeder en baby op 27 juni 1943 terug naar de kazerne werden gebracht, werd het gezin herenigd en zag Rudolf zijn zoon voor het eerst.

Het samenzijn duurde niet lang. Op 31 juli 1943 werden Rudolf, Walli en hun zoontje met Transport XXI naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Ze werden er alle drie vermoord.

Op 29 juli 1941 voerde de Duitse Militärverwaltung, met medewerking van de Belgische overheid, een maatregel in die het ...
29/07/2026

Op 29 juli 1941 voerde de Duitse Militärverwaltung, met medewerking van de Belgische overheid, een maatregel in die het leven van duizenden Joden ingrijpend zou veranderen. Alle Joodse burgers moesten vanaf dat moment verplicht “JOOD-JUIF” op hun identiteitskaarten laten stempelen. De registratie met deze stempel markeerde het begin van systematische uitsluiting en vervolging. De stempel in haar identiteitskaart bezegelde ook het lot van Isabelle Fischlowitz.

Isabelle werd geboren op 7 maart 1891 in Geraardsbergen. Haar ouders waren Poolse Joden die voor haar geboorte naar België waren verhuisd. De stempel maakte haar wettelijk en administratief 'zichtbaar' als Joods.

Ze bleef ongehuwd en werkte als privélerares Frans en piano. Dat bleef ze ook doen tijdens de bezetting. Dankzij haar Belgische nationaliteit genoot Isabelle aanvankelijk meer bescherming dan Joden met een buitenlandse of statenloze status. Toen de deportaties startten, was zij dan ook voorlopig vrijgesteld. In 1944 sloeg het noodlot echter toch toe. Tijdens een pianoles in haar woning stopten plots een wagen met een officier van de Sipo-SD en een militaire vrachtwagen in de straat. Isabelle moest haar les onmiddellijk stoppen en werd meegenomen.

De aanleiding voor haar arrestatie is onduidelijk. Er wordt aangenomen dat ze kort voor haar arrestatie formeel bezwaar maakte tegen het feit dat ze als alleenstaande vrouw verplicht werd om een Duitse militair in haar huis te herbergen. Haar arrestatie zou een vergeldingsactie van de bezetter tegen haar verzet zijn. Na haar arrestatie werd Isabelle op 17 mei 1944 overgebracht naar de Dossinkazerne. Daar werd haar identiteitskaart, met rode stempel, afgenomen door de kampadministratie. Isabelle Fischlowitz werd nummer 179 op Transport XXVI. Op 31 juli 1944 werd ze naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Ze keerde niet levend terug.

Adres

Goswin De Stassartstraat 153
Mechelen
2800

Openingstijden

Maandag 09:00 - 17:00
Dinsdag 09:00 - 17:00
Donderdag 09:00 - 17:00
Vrijdag 09:00 - 17:00
Zaterdag 09:30 - 17:00
Zondag 09:30 - 17:00

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Kazerne Dossin nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact Het Museum

Stuur een bericht naar Kazerne Dossin:

Snelkoppelingen

Delen

Type