08/04/2026
“De Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene [zet] alles op haren en snaren om de eerste geallieerde legereenheid te zijn, die Nederland binnenrukt.” Zo spreekt één van de bekendste oorlogsverslaggevers uit de Nederlandse geschiedenis op 4 september 1944. Het is de stem van de op dat moment 29-jarige Robert Kiek uit Amsterdam.
Wanneer de Duitsers in mei 1940 Nederland binnenvallen , werkt de Joodse Kiek voor het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) in Londen. Vanuit de Engelse hoofdstad begint de Nederlandse regering in ballingschap tweeënhalve maand later met het uitzenden van Radio Oranje. Onder andere koningin Wilhelmina spreekt het Nederlandse volk via dit radioprogramma moed in.
Kiek wil als journalist het liefst dicht bij de actie zijn. Hij gaat voor Radio Oranje werken. Op 4 augustus 1944 krijgt hij van de radio-leiding toestemming om met de Prinses Irene Brigade ingezet te worden in Normandië. Vanaf daar zal hij verslag doen van de geallieerde opmars in West-Europa. Op 22 augustus is hij voor het eerst te horen met een frontreportage. Kiek is meteen populair. Zijn enthousiaste radioverslagen over de bevrijding van steden als Brussel, Maastricht en Eindhoven worden veel beluisterd.
Maar het enthousiasme van de Amsterdammer is ook zijn valkuil. In Oss lekt een geheime telefoonverbinding uit doordat Kiek naar bezet gebied belt. De top van Radio Oranje en prins Bernhard verwijten hem roekeloosheid: ze halen hem op 14 oktober 1944 terug naar Londen.
Over zijn oorlogservaringen publiceert Kiek een jaar later het boek ‘Pijlen van den Leeuw: een oorlogsreportage’.
Na de oorlog emigreert Kiek naar de Verenigde Staten. Daar werkt hij tot zijn dood als correspondent voor De Telegraaf en Nieuws van de Dag. Zijn stemgeluid is tot de dag van vandaag onlosmakelijk verbonden met de bevrijding van Nederland.