05/05/2026
HARRY MULISCH • Herinneringen aan de meidagen van 1945 (uit: Mijn getijdenboek)
Nadat ik op de avond van de vierde mei 1945 op het nippertje was ontkomen aan een paar kogels, die de duitsers tot besluit van de oorlog nog even op mij afvuurden (omdat ik na 'spertijd' op straat was), kwam het vrolijke gekkenhuis van de bevrijdingsdagen op gang.
In De Verteller verteld heb ik verslag gedaan van de stoïcijnse manier, waarop mijn vader zich op mijn fiets naar Amsterdam begaf ten einde daar gearresteerd te worden; en ook van de rovers, die kort daarop bij mij thuis opdoken. Maar roof was geen misdaad die na vijf jaar oorlog nog veel indruk op mij maakte, evenmin als moord trouwens, en ik amuseerde mij uitstekend in de stad.
Het thuiszitten in die hongerwintermaanden was meteen de eerste dag vergeten: schreeuwend, zingend, hossend door de stad trekken, duitse borden van de bomen slaan, weer beschoten worden, zigzaggend wegrennen, verraders aangeven, NSB-ers honen die met hun handen omhoog en machinepistoollopen in hun rug uit hun woningen kwamen, in joelende meutes de arbeiderswijken in trekken en daar huilende 'moffenhoeren' uit hun huizen halen, in triomf meetronen naar het centrum en daar kaalknippen.
Zelf knipte ik alleen de sluiter van mijn vaders fototoestel,- wij zijn op het Verwulft in Haarlem: het rechtse meisje is al kaal, in haar hand heeft zij haar korset, dat onder toejuichingen van haar kont is gerukt. Op de tweede foto is het andere meisje aan de b***t. De man, die de nationale driekleur heft, zal naar aanleiding daarvan wel lid geworden zijn van de Nederlandse Bond van Oud-Verzetsstrijders en zich tegenwoordig verontrusten over de toenemende marxistische infiltratie op onze universiteiten. Die meisjes waren met een paar duitsers naar bed geweest, maar iemand als De Quay, die heel wat intiemer met de nazi's had genaaid, was alweer minister.
Genaaid werd er trouwens in Nederland als nooit eerder in zijn heldhaftige geschiedenis. Wie in het donker door de Hout wilde, moest bij iedere stap eerst met de punt van zijn schoen voelen of er niet twee lagen,- en toen de canadezen er eenmaal waren, ging 's nachts het hele bos op en neer als een trampoline.