04/05/2026
Margot Brouwer, Rijnsburg, 2 mei 2026
MB was vanaf haar zevende jaar bezig met existentiële vragen. Die waren wel beangstigend, maar prikkelden ook haar nieuwsgierigheid. Moeder beantwoordde die vragen vanuit haar geloof, vader vanuit de zijn natuurwetenschappelijke achtergrond. Na de middelbare school werd het een studie sterrenkunde aan de UvA, een promotie in de kosmologie aan de ULeiden. Medestudenten vonden God een overbodige notie.
Tijdens de Covid-periode kwam de switch naar het schrijven; dat liep uit op het boek “Sterrenstof zijn wij”, gestructureerd in 7 delen, die elk een vraag behandelen.
Vraag 1: Waar zijn wij? Als illustratie werd vertoond het filmpje “The Cosmic Voyage”, waarin we vanuit de 1-meter schaal van acrobaten op het San-Marcoplein in Venetië uitzoomden naar de 10 14 -
meter schaal van ons zonnestelsel, en vervolgens, via de schaal van onze melkweg, met zijn circa 2*10 11 sterren, (met meer dan de lichtsnelheid) naar de 10 26 -meter schaal van onze kosmische
horizon, waarbinnen een vergelijkbaar aantal sterrenstelsels zichtbaar is.
Vraag 2: Bestaat God? Het boekje van (voormalig predikant) Jan Knol “Spinoza uit zijn gelijkenissen en voorbeelden” opende een venster op mystieke spiritualiteit door het inzicht van Spinoza dat er geen buitenstaande schepper kon zijn: “Deus sive Natura”.
Vraag 3: Heeft het bestaan zin? De natuurwetten – en met name de natuurconstanten – blijken niet toevallig. Iets meer zwaartekracht en het heelal was razendsnel ineengestort. Evenzo zou een iets
andere massa van het proton ons al gauw in een zwart g*t doen belanden. Achter de kosmische horizon van 13,8 miljard lichtjaar (een lichtjaar is ongeveer 10 16 m)staat geen bordje “Mind the Gap”.
Dit leidde tot het idee (van Max Tegmark) van een Multiversum, met ꝏ veel planeten, elk met ꝏ veel wezens zoals mensen, en tenslotte tot ꝏ veel versies van je eigen leven. Nog een stap verder gaat het idee van universa (of een multiversum) met andere natuurwetten dan de onze. Martin Rees maakte de vergelijking met een winkel in confectiekleding: Er is altijd wel een universum te vinden waarin ónze versie van het leven kon ontstaan. Te vergelijken met wat Spinoza over God zegt: “…alles wat
een ꝏ verstand kan bevatten”. De natuur heeft geen doel, zij is volledig, volmaakt (“Perfect”).
Vraag 4: Wat kunnen we weten? [ontleend aan Kant] Stephen Hawking in “A short History of Time”: Een complete Theorie van Alles zou een triomf van de rede zijn, dan zouden we Gods gedachten kennen… Daar tegenover de uitspraak van Albert Einstein: “Het meest onbegrijpelijke van het universum is, dat het begrijpelijk is”. Op een klassieke afbeelding wijst Plato naar boven, naar de ideeënwereld: onze realiteit is volgens hem een onvolmaakte afspiegeling van de wiskundige “échte”
werkelijkheid. Aristoteles daarentegen wijst naar beneden: De wiskunde is bij hem alleen een taal, die de werkelijkheid goed beschrijft. Later nuanceert Hawking zijn eerdere uitspraak: De zoektocht van de wetenschap naar de natuur eindigt nooit (“er blijft altijd brood op de plank voor wetenschappers”). MB: we weten in elk geval dat we hier thuis horen, in ons universum.
Vraag 5: Wie ben ik? Dit heeft te maken met het bewustzijn. David Chalmers onderscheidt twee soorten problemen: Enerzijds “makkelijke” problemen, zoals b.v prikkelverwerking door zintuigen en een zenuwstelsel. Anderzijds “moeilijke” problemen, zoals b.v. waaróm ervaren wij deze prikkels? Anders geformuleerd: waarom zijn wij geen zombies? Of: hoe voelt het om een vleermuis [die “ziet” met ultrageluid] te zijn? Of een fruitvlieg? Of een computer? Descartes propageerde het dualisme, d.w.z. een tweedeling tussen lichaam en geest. Het fysicalisme ziet bewustzijn als een bijproduct van materie. Spinoza introduceert met zijn twee attributen (d.w.z. perspectieven, materie tegenover ervaring) van de ene substantie in feite het “panpsychisme”. Daarmee hebben alle (levende?)
organismen een bewustzijn.
In E1p17 maakt hij de vergelijking tussen een echte hond en het sterrenbeeld Hond, voor wat betreft het bewustzijn van God, die immers ꝏ veel attributen heeft.
Vraag 6: Waarom bestaat het kwaad? Volgens Spinoza bestaat er geen goed of slecht: alles is volmaakt, áf. Alle dingen hebben een drang tot voortbestaan, de conatus, die – achteraf – ook de drijvende kracht achter de evolutie is (N.B. Darwins overgrootvader moest nog geboren worden ten tijde van Spinoza). Vanuit die conatus haten we gevaar, verlies, dood e.d., en we houden van zaken als geboorte, eten, gezelschap e.d. Goed of slecht is een kwestie van perspectief: voor wie is iets goed of slecht.
Vraag 7: Waar ga ik heen als ik sterf? MB stelde die vraag al aan haar ouders toen ze drie jaar oud was! Volgens Newton stroomt de tijd voort, onafhankelijk van externe invloeden; we zijn dan een
soort marionetten die onze rol op het wereldtoneel gedurende een bepaalde periode mogen spelen.
De vraag die daarbij hoort is: Hoe laat is het? Volgens Einstein is het altijd hier en nu; een bewegende klok loopt langzamer, en de vraag is dan: Hoe laat ben ik? Verleden, heden en toekomst zijn zo vooral
een hardnekkige illusie.