29/05/2026
Nieuw samenwerkingsakkoord 2026-2030 van VVD , D66 en Lokaal Wassenaar.
Wat staat erin over erfgoed, Brandweermuseum en Museum Wassenaar?
Het opvallendste aan dit samenwerkingsakkoord is misschien niet wat er wél over erfgoed staat, maar juist wat er níet staat. Het woord “erfgoed” komt slechts één keer expliciet voor, bijna terloops, in het hoofdstuk over deregulering: “Ook bij gemeentelijk erfgoed is vertrouwen het vertrekpunt.” Dat klinkt sympathiek en modern — minder regels, meer maatwerk, eigenaren als partners — maar het verraadt tegelijk een bestuurlijke blik waarin erfgoed vooral een ruimtelijke of juridische kwestie is, niet een culturele of maatschappelijke ambitie.
Voor initiatieven als het of Museum Wassenaar is dat een veelzeggend signaal.
Want wie het akkoord zorgvuldig leest, ziet een bestuur dat sterk inzet op leefbaarheid, evenementen, toerisme, sport en vastgoedontwikkeling, maar nauwelijks een visie ontwikkelt op historische identiteit of collectief geheugen. Kunst en cultuur worden wel genoemd, maar vooral in termen van behoud van bestaande instellingen zoals De Warenar, het filmhuis en de bibliotheek. Erfgoed als levend verhaal van het dorp — gedragen door vrijwilligers, verzamelaars, lokale historici en museale initiatieven — ontbreekt vrijwel volledig.
Dat is opmerkelijk voor een gemeente als Wassenaar, die juist haar aantrekkelijkheid ontleent aan geschiedenis, identiteit en continuïteit. Het akkoord spreekt voortdurend over “het dorpse karakter”, “kwaliteit van leven” en “een levendig Wassenaar”, maar lijkt daarbij vooral te denken aan ruimtelijke kwaliteit en economische vitaliteit. Erfgoed wordt niet gezien als een dragende culturele infrastructuur.
Voor het Brandweermuseum betekent dit waarschijnlijk dat het de komende 4 jaar opgeslagen blijft in Apeldoorn. Er is in het akkoord geen enkele aanwijzing dat de gemeente museale initiatieven actief wil faciliteren, verbinden of structureel ondersteunen. Ook het initiatief Museum Wassenaar lijkt buiten beeld te vallen. Terwijl juist zulke initiatieven kunnen bijdragen aan precies die doelen die de coalitie zegt belangrijk te vinden: sociale samenhang, toerisme, educatie en lokale identiteit.
Interessant is bovendien dat het akkoord sterk inzet op “meer ruimte voor initiatief” en een overheid die “naast inwoners en ondernemers staat”. In theorie biedt dat kansen voor erfgoedinitiatieven. Maar zonder expliciete visie of bestuurlijke prioriteit dreigt het een vrijblijvende houding te worden: de gemeente werkt misschien niet tegen, maar loopt ook niet voorop.
Dat past in een bredere trend. Erfgoedbeleid verschuift steeds vaker van actieve publieke zorg naar faciliterend bestuur. Minder beschermen, meer “mogelijk maken”. Minder inhoudelijke visie, meer procesdenken. Dat kan goed uitpakken voor monumenteigenaren die flexibiliteit zoeken, maar voor kleinere culturele initiatieven betekent het vaak: veel waardering in woorden, weinig zekerheid in middelen, huisvesting of structurele ondersteuning.
De ironie is dat een dorp dat zo nadrukkelijk inzet op identiteit en aantrekkelijkheid, nauwelijks investeert in de instellingen die die identiteit tastbaar maken. Een museum is immers niet alleen een gebouw met objecten; het is een plek waar een gemeenschap haar eigen verhaal bewaart en doorgeeft.
Juist daarom had je in dit akkoord een steviger culturele paragraaf mogen verwachten. Niet alleen over evenementen en levendigheid, maar ook over geheugen, geschiedenis en lokale trots. Want zonder aandacht voor erfgoed wordt “Samen bouwen aan Wassenaar” al snel: bouwen zonder geheugen.
Het is nu maar hopen dat over 4 jaar andere keuzes worden gemaakt.
Rob Gussekloo